Blog Image

WEETJES - IDEETJES - LINKS

WEETJES, IDEETJES EN LINKS

START - EIGEN STUKKEN - PALMARES - WEETJES, IDEETJES EN LINKS- BLOG

REGISSEUR! WIE? WAT? WAAR? WANNEER? WAAROM?

Regisseur? Wat is zijn taak? Posted on Sat, December 17, 2016 14:14:16

REGISSEUR! WIE? WAT? WAAR? WANNEER? WAAROM?

Ik hou mij al vele jaren bezig met amateurtoneel en regie in het bijzonder. Geregeld merk ik op dat het grote publiek niet begrijpt wat regie inhoudt. Meestal denken ze daarbij aan filmregie. Zelfs bestuursleden hebben soms verbazingwekkende ideeën over de functie van een regisseur. Daarom tracht ik hierna een duidelijker beeld te geven.
Wat is en doet een regisseur; wat betekent hij voor een groep? Samengevat en een beetje filosofisch, zou ik stellen.

Telkens een tekst wordt gepresenteerd, toont de regisseur, als product van tijd en omstandigheden, zijn lezing van de tekst en geeft daarmee een beeld van de samenleving zoals die op dat moment gezien kan worden.

Hoe doet hij dat? Wat mag een groep verwachten van een regisseur en wanneer zit zijn taak er op?

In mijn praktijk als amateurregisseur heb ik heel wat definities voor het woord “regisseur” gehoord. De ene keer neemt de regisseur een hele groep plus het publiek op sleeptouw, de andere keer mag hij zeggen dat de koffie klaar staat en als pispaaltje dienen. Dit zijn twee uitersten. Een goede omschrijving zal dus tamelijk complex zijn. Iedere groep heeft zijn eigenheid en iedere groep heeft belang bij de juiste regisseur op de juiste plaats. Hieronder een paar elementen waarmee je als groep en als regisseur rekening kunt houden. Ook als leek krijg je een idee van de taken van een regisseur.
Volgens mij zijn er twee grote lijnen te volgen.
Ten eerste de theoretische lijn en ten tweede de praktische invulling die je als regisseur daaraan geeft.

Theoretisch:

Om te beginnen moet de regisseur bereid zijn om zichzelf te manifesteren. Een regisseur die ergens timide in een hoek kruipt, zal weinig impact hebben.
De regisseur moet bereid zijn om, met alle middelen die hem ter beschikking staan, via zijn acteurs, zijn kennis, intuïtie en emoties naar het publiek over te brengen.
De regisseur moet het functioneren van zijn acteurs en middelen observeren en onderzoeken. Het resultaat van die observatie analyseren en daarop inspelen.
De regisseur vormt best een eigen opinie over het vak en het randgebeuren.
De regisseur moet bereid zijn om te blijven evalueren en bij te scholen.
De regisseur moet assertief zijn en zich toch kwetsbaar durven opstellen.
De regisseur moet onvoorspelbaar en creatief zijn en tegelijk toch over een grote openheid naar zijn medewerkers betuigen.
De regisseur moet bereid zijn om contacten te leggen die relevant zijn aan het product waar hij voor staat.
De regisseur moet willen bijdragen aan een gezamenlijk resultaat en bereid zijn om samen te werken met mensen die hij nauwelijks of in het geheel niet kent.
De regisseur mag geen angst hebben om zelf als acteur te gaan functioneren.
De regisseur moet beschikken over voldoende persoonlijkheid om zichzelf niet te verliezen en een eigen stijl van werken te ontwikkelen.
De regisseur mag niet bezwijken onder druk of stress en moet zich afstemmen op de dynamiek van het groepsproces.
De regisseur moet nauwkeurig omgaan met teksten, kleding, rekwisieten, materiaal, stiptheid en timing.
Tot zo ver wat mij betreft de theoretische kant van het regisseren. Ik ben doelbewust elke zin begonnen met “de regisseur” omdat wat hierboven allemaal aangehaald wordt onmogelijk door één persoon kan gedragen worden. Vandaar mijn gevolgtrekking dat “de regisseur” niet bestaat. Iedere regisseur zal wel over enkele van die kwaliteiten beschikken. Maar volgens mij kan niemand zo perfect zijn. Doe met dit lijstje wat elke regisseur zou moeten doen: er zorgvuldig mee om gaan en er een eigen mening over vormen.

Praktisch:

Wat gebeurt er praktisch eens een regisseur is aangesteld?

Stuk kiezen:
Een goed stuk kiezen dat geschikt is voor de groep is een delicate opdracht. Ik weid hier niet over uit, maar verwijs naar mijn eerdere publicatie over dat onderwerp. Een regisseur moet kunnen adviseren, kunnen duiden en vooral de verschillende kanalen kennen. Hij moet informatie kunnen geven over gespecialiseerde bibliotheken waar toneelstukken ter lezing kunnen gevraagd worden en eventueel adviseren. Maar daar houdt het volgens mij op.

Stuk lezen, aantekeningen maken en basisconcept voorstellen.
Persoonlijk beschouw ik dit als de belangrijkste taak van een regisseur. Groepen beseffen nog onvoldoende hoe belangrijk deze fase is. In deze fase van het regieproces bakent een regisseur het speelveld af. Hij zet de hoofdlijnen uit binnen het enorme scala aan mogelijkheden die een goed stuk biedt.
-Om te beginnen probeert hij de personages te duiden om eventueel advies te kunnen geven over de rolbezetting. Als er te veel personages nodig zijn, waarop niet spontaan een acteur kan geplakt worden, heb je in deze fase nog de mogelijkheid om een ander stuk te kiezen, een dat beter bij de mogelijkheden van de groep aanleunt. Hij zal zijn concept ook kaderen binnen de huisstijl van de groep.
-Tegelijk gaat hij een idee vormen over de ruimte waarin het stuk speelt. Ook al beslist hij bvb. dat er geen decor gebruikt wordt, is dat een beslissing met verstrekkende gevolgen.
-In deze fase gaat een regisseur ook een speelstijl bepalen. Die speelstijl is dan nog voor herziening vatbaar, maar die gebeurt best zo snel mogelijk en alvorens keuzes gemaakt worden.
Een regisseur krijgt bij lezing een aantal beelden voor de geest. Die zijn erg bepalend naar het concept toe. Eventueel kan bij herlezing, van die beelden afgezien worden en dus ook het concept herzien.
Het is daarom heel belangrijk dat een groep er zo snel mogelijk probeert achter te komen hoe een regisseur “het stuk ziet”. Want in deze fase is bijsturing en herziening nog mogelijk.
Een groep moet er van bewust zijn dat een regisseur voortdurend keuzes maakt. Hoe verder het regieproces vordert, hoe meer keuzes er gemaakt worden, hoe kleiner het speelveld wordt en hoe smaller de pistes worden. Alle basislijnen komen uiteindelijke samen in het stipje dat we “première” noemen. Hoe vroeger de weg naar de première wordt uitgezet hoe beter. En toch moet een regisseur zo lang mogelijk het speelveld groot houden en de route naar de première zo breed mogelijk. Een groep heeft er alle belang bij om een regisseur zo lang mogelijk op een zo groot mogelijk veld te laten spelen.
Maar hoe dan ook, vanaf de eerste lezing zet de regisseur een grillig speelveld uit dat langzamerhand moeilijker te wijzigen zal zijn. In het begin van het regieproces kan de groep nog ingrijpen, maar naarmate het proces vordert mindert de mogelijkheid daartoe.
Over deze fase heb ik een heel persoonlijke mening. Volgens mij zou een groep best vertrekken van twee, drie misschien wel vier stukken. Per stuk organiseert de groep dan eerst een (droge) lezing, samen met de regisseur en de diverse verantwoordelijken. Daarna wordt de regisseur per stuk enkele weken tijd gegund. Nadien roept men de vergadering weer bijeen en verwoordt de regisseur het basisconcept van elk stuk zoals hij het ziet. Op basis daarvan kan een groep dan een bewuste keuze maken.
-Eventueel contact opnemen met schrijver en hem concept voorleggen.
Dit kan voor een regisseur erg interessant zijn en geeft dikwijls nieuwe inzichten. Vooral bij een onduidelijk basisconcept kan dat heel verhelderend zijn. Als een schrijver bereikbaar is, zal de regisseur, bij iets dat me niet helemaal duidelijk is, contact opnemen. Leeft de auteur niet meer, schakel de regisseur over naar literatuur over het stuk en de auteur. Een regisseur zal hier ook naar muziek zoeken, aan de belichting denken en zich documenteren over het onderwerp van het stuk.
-Tekstboek samenstellen
De regisseur heeft soms een keuze uit verschillende vertalingen. Soms wordt hij ook geconfronteerd met een onwerkbare lay-out van een uitgave en moet hij het stuk bvb. (laten) herschrijven, of een digitale versie zoeken, enz. Eventueel kan hij ook decortekening toevoegen, adreslijstje, rekwisietenlijstje, achtergrondinfo. Een helder tekstboek wordt door acteurs op prijs gesteld. Het is voor hen een belangrijk instrument.
-Productiebijeenkomst
In samenspraak met bestuur neemt de regisseur hier de touwtjes in handen. Hij zet de lijnen uit waarbinnen de verschillende verantwoordelijken kunnen werken.
-Organisatie opzetten met toneelmeester / regieassistent
Samen met de toneelmeester of regieassistent maakt een regisseur een repetitielijst. Er worden afspraken gemaakt over repetitieruimte. Er wordt een lijstje gemaakt met noodzakelijke benodigdheden om te kunnen repeteren. Het hele repetitieproces wordt zo nauwkeurig mogelijk vastgelegd.
-Eventueel auditie houden
Als het bestuur geen rolverdeling maakt, is het aan de regisseur om hier knopen door te hakken. Soms zijn er meer acteurs mogelijk voor een personage. Ook hier is zijn stem bepalend. Als bestuur de rolverdeling maakt heeft hij toch nog een beperkt vetorecht.
-Monteren van het stuk
Deze fase wordt door elke regisseur eigenzinnig ingevuld. Bij het monteren geeft de regisseur aan zijn spelers zo nauwkeurig mogelijke aanwijzingen die hen en hun personage moeten vooruit helpen in het stuk. Hij bepaald de toon van de dialoog, de bewegingen in de ruimte, wie waar wat en waarmee doet. Alles wat het publiek te zien krijgt, wordt onder de loep genomen. Samen met de acteurs verkent hij het stuk. Tijdens deze fase neemt hij de meeste beslissingen.
Sommige regisseurs monteren pas tijdens de laatste weken en verkennen bv. het stuk vanuit de tekst, tijdens meerdere lezingen. Andere regisseurs zullen eerder het stuk op de vloer, al spelend met de acteurs, willen verkennen. Elke regisseur heeft zo zijn gewoontes. Soms zal een regisseur door de aard van het stuk gedwongen worden veel leesrepetities te houden. Soms is het net andersom. Een “goede” of “foute” manier bestaat hier naar mijn gevoel niet.
Details uitwerken
Hierbij denk ik vb. aan belangrijke elementen op de scène, zoals een piano, papegaai…enz. Elke productie heeft zo zijn eisen en iedere keer moet een regisseur keuzes maken. Keuzes die een regisseur soms al bij het concept moet in kaart gebracht hebben en bij de productievergadering bespreekt.
-Wachten, decorwisselingen, uitzetten.
Tijdens het monteren heeft een regisseur hier zeker oog voor. Soms dient het al bij het concept in kaart te staan. Meestal is het repetitieproces al in vergevorderde staat voor hier keuzes worden gemaakt.
-Overleggen met productieploeg:
Afhankelijk van de productie zal een regisseur hier meer of minder tijd aan spenderen. Maar bij elke productie moet de regisseur tot in de kleinste details op de hoogte te zijn en eventueel sturend op treden.
-Rekwisieten en meubels keuren en bijstellen
Hier heeft een regisseur vooral de taak alles in overeenstemming te brengen met zijn concept. Hij geeft advies en stuurt de verschillende verantwoordelijken.
-Technische doorloop met spelers en productieploeg
Deze repetities moeten vooral de technische staf dienen. Elke technische medewerker, elektricien, klankman, kostuumontwerper, grimeur… wordt door de regisseur beschouwd als een acteur en allen verdienen de nodige aandacht. De technische acteurs krijgen hier nauwkeurige aanwijzingen en voor de gewone acteurs is het een ideale gelegenheid om de tekstkennis op proef te stellen.
-Generale in kostuum en met techniek
Bij deze repetitie passen voor het eerst alle puzzelstukje in elkaar en krijgt iedereen voor het eerst zicht op het totaal zoals de regisseur het uiteindelijk beslist heeft. Sinds het eerste concept is er heel wat gebeurt en zelden zal een regisseur zijn origineel concept op de generale repetitie terug zien. Een regisseur past zijn concept aan de omstandigheden aan. Het voornaamste is dat er beslissingen werden genomen ingegeven door de omstandigheden en de mogelijkheden van het moment. Dat er gezamenlijk naar één einddoel werd gewerkt.
-Laatste bespreking
Een regisseur kan nu nog weinig veranderen of aanpassen. Hij zal vooral ondersteunend advies geven. Zijn belangrijkste werk bestaat nu uit controleren en nagaan of alles volgens plan verloopt. Meestal gebeurt dat in nauwe samenspraak met de toneelmeester die na de generale de taak van de regisseur overneemt.
-Bijwonen eerste voorstellingen
Sommigen komen niet, anderen komen alleen voor de ruiker bloemen. Het belangrijkste is dat de regisseur achter zijn product staat en zijn spelers ondersteunt en beschermt.
Bijsturen na eerste voorstelling
Eventueel kunnen na de eerste voorstelling nog prominente fouten bijgestuurd worden. Zijn er grove fouten begaan, kan soms een andere regisseur met nieuwe ideeën nog soelaas brengen. Maar doorgaans worden enkel details bijgewerkt.
-Na laatste voorstelling afsluitende vergadering met eventueel blik op de toekomst

Hier is de cirkel rond en kan de regisseur van voor af aan beginnen met lezen en uitdenken van eerste concept.

Wat ik hierboven beschrijf is natuurlijk maar één manier waarop regisseurs te werk gaan.
Ik heb ook al mogen kennis maken met regisseurs die heel minutieus elke beweging en intonatie bijna letterlijk in kaart brengen voor ze naar de eerste repetitie gaan. Persoonlijk heb ik niet voldoende ervaring met deze en eventuele andere methodes om die te kunnen beschrijven.
Ook nog een korte toelichting over beroepsregisseurs, omdat ik ook over die opleiding al eens een vraag krijg. De afgestudeerden zijn Bachelors en kaderen in het hoger professioneel onderwijs dat georganiseerd wordt aan de hogescholen. Wat betekent dat zij een hooggespecialiseerde uitvoerende taak hebben. Verder ga ik daar niet over uitweiden, het zou ons te ver leiden. Voor meer informatie op dat gebied wendt u zich best naar de plaatselijke academie.
Dit artikel is grotendeels op eigen ervaring gestoeld, maar volledigheidshalve vermeld ik hier nog de lectuur die ik gebruikt heb: “De complete handleiding voor spel en techniek” met als titel “Theater maken” geschreven door Trevor R Griffits en Tom van Beek
Uw dienaar
Oberon I van Mechelen



HET LEREN VAN EEN TEKST

Tips om tekst te leren Posted on Sat, December 17, 2016 13:48:34

HET LEREN VAN EEN TEKST

Een van de kwellende problemen van elke toneelspeler is het leren van de tekst.

Veel goede toneelspeler zien daar tegen op en stellen het leren zo lang mogelijk uit, vertrouwend op het geduld van de regisseur.
Voor de regisseur is deze fase een kwelling. Hij kan gedurende vele repetities niet veel beginnen. Hij zit machteloos te wachten tot de spelers eindelijk hun rol kennen. Van verfijning, nuancering, aanbrengen van ritmen kan in deze fase van het repetitieverloop geen sprake zijn.
Zelfs als 90% van de spelers hun tekst kennen zal de overige 10% zo remmend op het repetitieproces werken dat niet alleen de regisseur ontmoedigd raakt maar dat er ook spanningen binnen de spelersgroep gaan optreden.
Dit deel van de voorbereidingen is zeer ontmoedigend en vaak een kwelling die wel eens tot uitbarstingen aanleiding geeft. De spelers voelen zich gauw beledigd, ze doen toch hun best, ” hebben nog wel wat anders te doen”, “moeten het van de repetities hebben”. (maar hebben geen tijd op te repeteren)

Deze volkomen foute verdediging wordt heel duidelijk als je toneelspelen als groepsgebeuren vergelijkt met musiceren als groepsgebeuren. In een amateurorkest zal niemand er aan denken om zijn partij op de repetities in te oefenen. Daar zou eenvoudig geen tijd voor zijn met dertig tot vijftig verschillende partijen. Elke amateuristische muziekbeoefenaar studeert thuis zijn partij in, en de repetities dienen om het samenspel, een groepsklank, samen te stellen op aanwijzing van de dirigent, die zich bemoeit met klank, melodie, ritme en tempo. Als je de praktijk van de amateurmuzikanten vergelijkt met de wijze waarop de gemiddelde amateuracteur te werk gaat, dan kan de muziek alleen maar een stimulerend voorbeeld zijn.
Het heeft geen zin alleen maar een vermanende vinger op te steken. Hierna probeer ik een paar praktische tips aan te reiken die in de praktijk hun nut hebben bewezen.

Het is mij in mijn praktijk als regisseur opgevallen dat spelers weinig initiatief ontplooien om zich af te vragen wat er precies in een scène gebeurt en welk de situaties zijn waarin ze precies terecht komen. Zij blijven kleven aan op hun eigen tekst en luisteren nauwelijks naar hun tegenspeler, omdat ze hun eigen zin al voorbereidend lezen. Zo blijft de situatie binnen de scène verborgen achter het voorbereidend lezen van de eigen tekst.

De basis om een tekst te leren bestaat er in de tekst in afzonderlijke scènes onder te verdelen. Indien u daar problemen mee hebt is de regisseur en de dramaturg de aangewezen persoon om u daarin bij te staan.

Het is een goed hulpmiddelen om u af te vragen wat u eigenlijk in de scène doet en in welke situatie u terecht komt. Als men dan al eens niet meer uit zijn woorden kan komen heeft men de vaste ondergrond van het onderliggend weefsel als achtergrond en hulp.
Dan is het niet zo erg om eens een steek te laten vallen, u pakt gewoon in uw eigen woorden op en rolt moeiteloos in de woorden van de toneelschrijver terug.

Meestal gaan spelers – als ze leren – krampachtig leren. Bijna met de vingers in de oren. Deze hersenkramp is even schadelijk voor het leerproces als kuitkramp bij voetballers.
Beter is, een niet al te grote passage (scène) als leerobject te nemen. Die enige malen door te nemen, en dan iets totaal anders te gaan doen, in een boek bladeren, stof afnemen…
Het is uit de psychologie bekend dat zulke taakonderbrekingen het leerproces bevorderen, alsof het geheugen de tijd krijgt om alles netjes te ordenen en op te slaan, in plaats van overdonderd te worden door steeds nieuwe informatie. Geef uw geheugen dus de tijd het geleerde op te bergen.

Een andere hulpmiddel om goed tekst te leren is de luistermethode. Probeer op de repetities steeds goed naar uw medespeler te luisteren. Wat ze zeggen en hoe ze het zeggen.
Een tekst van een toneelschrijver is een geheel. Bij het traditionele tekst leren beperkt u zich tot de zinnen van uw eigen rol en besteedt veel minder aandacht aan wat er tegen u gezegd wordt. Daarmee rukt u uw eigen zinnen uit het verband. U splitst het zinvolle geheel van de auteur in overdreven aandacht van uw eigen tekst en onverschilligheid voor de teksten van de anderen. Daarmee valt u zelf buiten de zin van de scène en wordt het leren veel moeilijker.
Ervaren acteurs kennen dit voor de hand liggend gevaar en vermijden het door nooit uit het boekje te leren, maar uit een overgeschreven tekst, waarbij de tekst van de andere acteurs is weggelaten met uitzondering van de vier laatste woorden waarop ze moeten invallen.
Het zo overschrijven van de tekst dwingt u van elke lettergreep, elk letterteken bewust te worden en komt ook ten goede aan uw opvolging van de leestekens.
Het niet invullen van de tekst van de tegenspeler dwingt u om te luisteren naar wat hij zegt. U leest uw repetities niet mee, u bereidt uw eigen tekst niet voor terwijl de anderen spelen, maar luistert scherp tot de laatste vier woorden van uw tegenspeler komen, het zogezegd wachtwoord of groen licht voor uw eigen tekst.
Uw alertheid in het spel zal er door toenemen en een natuurlijk spel bevorderen.

Wat ik hierboven beschrijf zijn slechts tips en hulpmiddeltjes, geen dogma’s.

Nog veel plezier met de schitterende teksten die u nu probleemloos gaat debiteren.

Uw dienaar;

Oberon I van Mechelen



SCHRIJVEN OVER EEN VOORSTELLING:

Schrijven over voorstelling Posted on Sat, December 17, 2016 13:45:04

SCHRIJVEN OVER EEN VOORSTELLING:

Dat doe je met respect. Punt.

Wat niet wil zeggen dat je niet kritisch mag zijn. Integendeel. Over een voorstelling en zijn makers schrijven is een vorm van aandacht geven. Aandacht waar ze om vragen, anders zouden ze niet deelnemen aan een tornooi of in het geheel niet voor een publiek spelen.

Jouw mening geven is ook je recht. Maar. Let er op dat het jouw mening is en wees er van bewust dat dit alleen ‘jouw’ mening is.

Denk er ook aan dat jij niet verplicht was om te gaan kijken en dat anderen niet verplicht zijn jouw mening te lezen of te delen.

Dus. Schrijven over een voorstelling doe je met respect. Punt.

Iedereen kan een mening geven over een voorstelling. Voor de ene zal dat al wat makkelijker en vlotter gaan dan voor de andere. Daarom ben ik zo vrij om hierna enige punten aan te reiken waar je een houvast aan hebt bij het schrijven.

– Vorm voor jezelf eerst een algemene mening voor je begint te schrijven. Als je dat niet doet loop je gevaar wat doelloos in het rond te ploeteren. Daar heeft niemand wat aan. Vervolgens kun op basis van wat hierna komt je mening funderen. Alleen maar je algemene aanvoelen wereldkundig maken kan natuurlijk. Maar, daar leer je zelf niets van en de lezers ook niet. Ik heb persoonlijk al vastgesteld dat ik na het formuleren van het “waarom” ik de voorstelling zus of zo vond ik mijn eerste gevoelsmatige mening moest bijstellen.

– Vanuit welke achtergrond schrijf je?

Ik ben echt niet geïnteresseerd in jouw studieniveau of sociale achtergrond. Maar weet wel graag of je het stuk kent. Of je het al eens eerder hebt gezien. Of je er aan hebt meegewerkt. Of dat je gewoon beslist hebt, ik ga vandaag eens naar theater. En nu ik thuis ben heb ik wat te ventileren.

– Heb je al eerdere recensies gelezen over deze productie?

Waren die unaniem? Werden er ter zake doende opmerkingen gemaakt? Heb jij bij het kijken daarmee rekening gehouden?

– Wat vond je van het decor, belichting, rekwisieten, kostuums? Werd er speciaal muziek gebruikt, beelden of geluidseffecten?

Werd alles oordeelkundig en ter zake gebruikt of werd het allemaal zo maar een beetje voor het effect in het rond gestrooid.

– Maakt het gezelschap zijn beloften waar?

Normaal krijg je in het programma een aanzet naar wat je gaat zien. Klopt het beeld dat je kreeg door die aankondiging, met wat de maker je uiteindelijk liet beleven?

– Hebben de makers een realistisch beeld willen geven van een situatie of gebeuren?

Zijn ze in die opzet geslaagd of vond je het helemaal niet geloofwaardig.

– Of tegengesteld en alles daartussen. Was het een sprookje? En was het sprookjesgehalte groot genoeg.

– Heeft het stuk je geraakt? Kon je er niet over zwijgen en niet van slapen. Of. Wist je al niet meer waarover het stuk ging voor je de zaal had verlaten.

Als je het net hebt uitgemaakt met je vriendin, je moeder is verongelukt en je vader pleegde zelfmoord zal iedereen begrijpen dat je zelfs tijdens de voorstelling er niet bij was.

Maar schrijf er dan daarna ook niets over ‘van horen zeggen’.

– Zijn de intenties van de schrijver, voor zover je die kent, er uit gekomen of heeft de regisseur een eigenzinnige, vertekende versie van de tekst laten spelen? Waaraan geef je de voorkeur? En vooral, waarom?

– Heb je een duidelijke heldere verhaallijn gezien? Kun je het verhaal kort samengevat weergeven. Of. Bestond de voorstelling uit gestapelde fragmenten die samen een voorstelling vormden? Het zijn verschillende, evenwaardige benaderingen van toneel maken. Wat vond je er van?

– Ik hou er niet van om één of meerdere acteurs in het zonnetje te zetten of naar de verdoemenis te schrijven. Als je het toch doet gebruik dan redelijke argumenten. Amateurtoneel is het resultaat van de prestaties van een hele groep. Een amateur acteur doet het voor zijn eigen en uw plezier. Je kunt hem wijzen op tekortkomingen, maar op het niveau van het Landjuweel kun je niemand meer de grond in boren. Je kunt het alleen oneens zijn met de selectiecommissie over hun selectie van een bepaald stuk met deze actoren. De acteurs, regisseur en bestuur kunnen nog moeilijk neen zeggen als ze geselecteerd worden.

– Gaf het stuk morele waarden mee? Geef ze mij door. Wat vond jij van die waarden?

– Denk na over de titel van je stukje. Met de titel zet je de toon voor de rest van je werkstukje.

– Als je het toneelstuk chronologisch wil samenvatten maak dan gebruik van de 5 W’s. Wie deed Wat, Waar, Wanneer en Waarom. Deze vijf W’s hebben we als lezer liefst al de eerste, inleidende, alinea meegekregen.

– Geef nu pas een waardeoordeel. Onderbouw wat je zegt. Zowel positief als negatief. Stel jezelf tijdens het schrijven steeds de vraag waarom je iets goed of slecht vond en beantwoord deze vraag naar eer en geweten. Gebruik redelijke argumenten. Probeer bij iets dat je negatief ervaart een positieve oplossing aan te reiken. Heb je iets niet begrepen. Geef dat dan toe en misschien krijg je wel een redelijk antwoord waardoor je wat hebt bijgeleerd.

– Tot slot de conclusie. Houd ze beknopt en draag geen nieuwe argumenten meer aan. Probeer met een positieve noot te eindigen.

– En voor je het instuurt. Leg het stukje even aan de kant en herlees het aandachtig. Komt je mening goed tot zijn recht?

Gebruik liefst geen superlatieven of wees er erg spaarzaam mee. “Uniek” en “subliem” zijn woorden van onschatbare waarde. Er gaat niets meer boven deze woorden.

– Lees nu eerst nog eens de andere kritieken. Misschien heb je wat gemist of wil je reageren. Je kunt nu nog aanpassen maar, let op dat je bij jouw beleving blijft van wat jij gezien hebt.

Voor velen onder u trap ik hier waarschijnlijk open deuren in. Het is voor de anderen dat ik dit schreef.

Uw dienaar,

Oberon I van Mechelen



EEN ROLBIOGRAFIE SCHRIJVEN

Tips voor een rolbiografie Posted on Sat, December 17, 2016 13:43:35

EEN ROLBIOGRAFIE SCHRIJVEN

Een rolbiografie schrijven helpt bij het uitdiepen van een te spelen personage. Al naargelang de situatie kun je deze lijst volledig invullen of enigszins beperken. Het is ook nuttig om tijdens het verloop van de repetities deze lijst terug ter hand te nemen en na te gaan hoe Uw personage evolueert en eventueel aan te vullen. Het is geen uitvinding van mij, maar ik laat mijn spelers deze lijst gebruiken bij problemen, hij heeft zijn nut bewezen.

Objectieve gegevens

Wat is je naam?

Hoe oud ben je?

Wat is je opleiding?

Wat is je (huidig) beroep?

Wat is je inkomen?

Wat zijn de omstandigheden in je werk?

Wat is je sociale achtergrond, milieu?

Hoe sta je tegenover je ouders?

Heb je een goede of slechte relatie met je partner?

Heb je veel of weinig vrienden?

Hoe ziet het interieur van je huis er uit?

Heb je een plaats in het openbaar leven? Zo ja. Welke?

Wat is je politieke overtuiging?

Wat zijn je hobby’s?

Heb je bepaalde aangeboren talenten?

Fysische kenmerken

Wat is je gewicht?

Wat is je postuur?

Wat is je uiterlijke verschijning?

Heb je bepaalde fysieke deformaties of een tik?

Wat zijn je seksuele gewoonten?

Psychische kenmerken

Hoe sta je tegenover geloof, godsdienst religie in het algemeen?

Wat is je politieke overtuiging?

Heb je persoonlijke ambities en verlangens?

Ben je introvert of extrovert?

Geef een positieve en een negatieve eigenschap van jezelf?

Hoe zou je het karakter van je personage in een woord omschrijven?

Wat waardeer je in andere en wat beslist niet?

Heb je een bepaald stokpaardje?

Als je de wonderlamp van Aladin zou bezitten wat zouden dan je drie wensen zijn?

Heb je bepaalde complexen, fobieën, frustraties?

Waarin ben je teleurgesteld?

Heb je een heilig principe?

Volgende vragen probeer je te beantwoorden na het lezen van het stuk, en voor het begin van de repetitie van een scène.

Wat wil je bekomen in het stuk?

Welke functie heb je in het stuk?

Wat doe je in de scène?

Wat wil je in de scène?

Welke functie heb je in de scène?

Nog veel plezier met je personage, ik hoop dat ik je van dienst ben geweest.

Uw dienaar;

Oberon I van Mechelen



SAMEN WERKEN, SAMENWERKEN, WERK TEZAMEN

Goede vrienden blijven Posted on Sat, December 17, 2016 13:30:21

SAMEN WERKEN, SAMENWERKEN, WERK TEZAMEN

Soms wil het tussen een toneelgroep en een regisseur of tussen een groep en een nieuwe acteur / actrice maar niet lukken. Bij de groep vraagt men zich vertwijfeld af, wat men nu toch in huis heeft gehaald en de nieuwe regisseur of speler moet constateren dat tussen zijn opvattingen over toneel en die van de groep een verbijsterend ruime kloof gaapt.
Maar, stoppen met iets of iemand eruit knikkeren is niet leuk, integendeel. En iets alleen maar afmaken omdat je er aan begonnen bent is ook allesbehalve een pretje. Daarom zouden alle partijen er alles aan moeite doen om dit soort narigheid te voorkomen.

Meestal is het zo, dat het eerste contact van de groep met nieuwe spelers of een nieuwe regisseur echt het eerste contact tussen beide is. (Hooguit heeft de buitenstaander al eens een productie van de groep gezien).
Daarom is het zo belangrijk dat bij dit eerste contact zowel de toneelgroep als de potentiële nieuweling zoveel mogelijk over elkaar te weten komen. En dan denk ik niet alleen aan de feitelijkheden, maar vooral aan de motieven, die voor beiden aanleiding zijn om zich met toneel bezig te houden.

Er is amateurtoneel en amateurtoneel

Er zijn amateurtoneelgroepen, waarvan de leden bevlogen theatermakers zijn. Op de repetitieavonden wordt er gewerkt, gezwoegd en geploeterd en de leden van de groep houden zich niet alleen met het stuk of met toneelspelen bezig op de vaste repetitieavond. Dat zijn groepen, die het amateurtoneel bijna professioneel willen aanpakken en die niet rusten voordat de voorstelling optimaal is. Als dat ten koste van de gemoedelijkheid en de gezelligheid gaat is dat niet leuk, maar het moet maar. Want de voorstelling, daar draait het om.

Maar is ook een heel ander soort toneelgroepen, dat is een groep, die bestaat uit mensen die toneelspelen (óók) een plezierige hobby vinden en die het best aardig vinden om dat één keer per week met andere mensen samen een avondje te doen. Liefst moeten dat gezellige mensen zijn, met wie je voor, in de pauze en na de repetities gezellig een pintje drinkt en nieuwtjes kunt uitwisselen.

Dat toneelspelen, dat is leuk en we doen het ook zo serieus mogelijk, maar -zo redeneert althans een deel van de leden van de groep – we moeten er niet al te zwaar aan tillen, want we zijn en blijven tenslotte maar amateurs. En behalve toneelspelen hebben we meer te doen, dus die rollen leren, daar moeten we alle tijd voor hebben.

Hierboven zijn nu, zwart-wit, twee theoretische groepen geschetst.

In de praktijk merken we dat de meeste amateurgroepen uit een mix bestaan. Er heerst een evenwicht tussen bevlogen theatermakers en sociaal georiënteerde mensen.

Beide zijn nodig om een goede groep te vormen waar prettig en toch ernstig kan gewerkt worden.
Enerzijds zijn er diegenen die cursussen bijwonen, de hele nacht willen door repeteren en hun tekst kennen voor de eerste repetitie begint. Zij zijn nodig binnen de groep om de kwaliteit van het stuk te bewaken, zij zorgen er voor dat de kwaliteit hoog genoeg is om subsidies te krijgen, zij zorgen voor dat deel van het publiek dat uit theaterliefhebbers bestaat.
Anderzijds zijn er de sociaal bewogen mensen. Zij zijn meestal het cement dat de groep bij elkaar houdt, zij zorgen voor een prettige sfeer, zij zorgen dat de pintjes getapt en gedronken worden. Zij hebben inderdaad niet de tijd om voor de repetitie hun tekst te leren.
Natuurlijk kun je niet elke medewerker zo maar in één van deze hokjes plaatsen.

Elkeen heeft zijn kwaliteiten en het samengaan van deze kwaliteiten vormt de identiteit van de groep. De leiding van de groep moet daar oog voor hebben en rekening mee houden dat beide aan hun trekken komen en als individu mogen we daar ook niet blind voor zijn.
Als buitenstaander is het belangrijk om daar oog voor te hebben en de orde niet te verstoren.
Nieuwelingen moeten ook eerlijk zijn, vooral tegen zichzelf. En zichzelf een aantal vragen stellen, voordat ze besluiten om bij een toneelgroep aan de slag te gaan. Er zijn een paar minimum normen waar een speler moet aan voldoen om binnen een toneelgroep te functioneren.

Dit zijn de vragen:

1. Kan ik voldoende tijd vrijmaken voor de repetitieavonden of moet ik méér dan drie keer de vaste repetitieavond laten schieten voor andere beslommeringen?

2. Kan ik voldoende tijd vrijmaken om op andere avonden mijn aandacht aan het stuk te wijden om bijvoorbeeld de teksten te leren?

3. Weet ik zeker, dat er geen omstandigheden zijn (zoals zwangerschap van mezelf of de echtgenote, ontwikkelingen in de werksfeer – promotie- overplaatsing) waardoor ik op zeker moment moet afhaken?

4. Voel ik mij thuis in deze groep? Zijn het gelijkgestemde geesten, bij wie ik mij prettig voel?

Moet je een van deze vragen negatief beantwoorden, ga dan eens na of er dit seizoen geen andere functie voor jou beschikbaar is binnen de groep. Iemand die zich flexibel opstelt zal op goede wil kunnen rekenen als hij het volgend seizoen misschien een mooie rol wil claimen.

Overigens: deze vragen mogen of liever moeten natuurlijk ook door de toneelgroep op de nieuw aangemelde speler worden afgevuurd.

Gezocht: regisseur

Een toneelgroep, die dringend om een regisseur verlegen zit, toont zich graag inschikkelijk. En is dus geneigd om al snel de zaken “rooskleuriger” voor te stellen om zodoende de regisseur niet af te schrikken.
In het bijzonder als het gaat om de inzet van de spelers. Logisch, want je gaat bijvoorbeeld niet zo gemakkelijk zeggen, dat je een paar spelers hebt, die altijd problemen geven met teksten leren of dat de rolbezetting gebaseerd is op het aantal jaren, dat iemand lid is (de oudste leden = de grootste rollen) of dat er mensen in de groep zitten die vanwege hun werk menige repetitie niet zullen opdagen.)

Er is een goed spreekwoord, dat luidt: “Op ieder potje past een deksel”. Dat gaat ook in dit geval op. Een regisseur, die geen rekening houdt met de specifieke eisen van een amateurgroep, in huis halen is ernstig te ontraden.
– de kloof tussen regie en spelers is te groot en zal vaak niet te overbruggen zijn
– de kans, dat één van beide partijen de samenwerking voortijdig beëindigd is levensgroot aanwezig met alle vervelende consequenties van dien.
– Het risico van een “breuk” in de toneelgroep niet ondenkbaar.

Daarom. Het is belangrijk om de totale groep goed in te schatten. Net zoals wij met spelers gezien hebben is het ook hier belangrijk om te weten wat je wil en welke inspanning je daarvoor wilt leveren.
Iedere toneelgroep heeft haar eigen identiteit. Stel die identiteit vast voor je een regisseur aantrekt
Concluderend zou je kunnen stellen, dat elke toneelgroep nieuwe spelers en nieuwe regisseurs moet aantrekken die passen bij de identiteit van de groep.

Uw dienaar,

Oberon I van Mechelen



HISTORIEK VAN TONEELGEZELSCHAP FAR AKT

Toneelgezelschap Far Akt Posted on Sat, December 17, 2016 13:23:02

HISTORIEK VAN TONEELGEZELSCHAP FAR AKT

“Het is er dan toch van gekomen, na enkele maanden zeggen dat we het gaan doen.

De jongerengemeenschap Far kent een nieuwe activiteit; “Toneel.”

Met deze aankondiging in het clubblad “Fartips” was de geboorte van ons gezelschap een feit.

De naam Far Akt is een samenvoeging van het woord Far, dat komt van de naam van het jeugdhuis, dat gelegen is in de parochie Far West in Vilvoorde, en van de afkorting van het woord acteren.

De doelstelling waarmee Far Akt in de ring stapte waren wel enigszins verschillend met de andere, meer traditionele, gezelschappen.

Het was de bedoeling om zolang en zo veel aan een stuk te werken als nodig om een degelijk resultaat neer te kunnen zetten. Bovendien wilden we zowel het publiek als de spelers met het medium op een vrijblijvende manier laten kennis maken.

Spijtig genoeg is de vrijblijvendheid van de spelers de uiteindelijk ondergang geworden voor de groep. (zie verder)

Oprichter, regisseur en duivel doe al was Jos Adam.

Hij bracht op 6 Mei 1972 het eerste stuk voor het voetlicht, “De trein naar Hades”

Deze stukkeuze heeft steeds het repertoire van de groep beïnvloed. Er is nooit door niemand gekozen voor het goedkoop succes.

Na deze opvoering was het enthousiasme in de Far zo groot dat verscheidene Far leden zich spontaan aanboden om in de toekomst mee te werken.

Er volgde een bloeiperiode voor Far Akt met volgende stukken, “Help ik leef”, en “Toenemende bewolking”, en op 10 Maart 1973 en ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de jeugdgemeenschap ” presenteren Jos Adam en Lou Petermans ons “De gelukkige reis van Trentom naar Camden” en “Adieu Dr. Picot.

Na deze bloeiperiode slaat een typisch jeugdhuis-fenomeen toe. De generatie oprichters stichten een gezin, gaan in meer gerenommeerde gezelschappen spelen en verlaten het jeugdhuis en de toneelgroep. Met hard trekken en sleuren slaagt Jos Adam er nog in om “Spelen op zolder” op poten te zetten.

Geen nood echter, een aantal jonge spelers dienen zich aan en onder leiding van Jo Igartua en mijzelf krijgt de groep een nieuw elan.

Op korte tijd worden een tiental producties met wisselend succes voor het voetlicht gebracht.

Ook mijzelf en Jo wachten de geneugten van een gezin en wij gaven in 1977 het roer over aan Luc Phillips.

Luc heeft echter niet veel geluk. De gouden tijden voor de jeugdhuizen loopt af en er worden geen nieuwe voortrekkers of spelers voor Far Akt gevonden.

De algemene leiding van het jeugdhuis wil een interessante activiteit echter niet zo maar op geven en doet beroep op mijzelf en Luc Cuypers om het roer over te nemen.

Deze tandem blijkt een goede formule en nog 10 jaar houden zij de groep met succes draaiende.

Mijlpalen in hun samenwerking waren, “De mandarijntjeskamer”, “Autostrada” , “Vrouwen” , “The Beatles forefer” , De wijze Wu , en “Om dood te vallen”.

Tot 1989 bepalen zij het wel en wee van Far Akt.

Het einde van de groep heeft verschillende oorzaken.

Eerst en vooral het tanend succes van de jeugdhuizen in het algemeen. Steeds minder jongeren bezoeken het jeugdhuis, dus steeds minder jongeren vinden de weg naar de toneelgroep.

De tweede oorzaak zit in de keuze die bij de oprichting werd gemaakt om de spelers een grote vrijblijvendheid te gunnen.

Dat hield onder meer in dat goede talentvolle spelers niet lang bij Far Akt bleven. Zij werden meestal opgeslorpt door de meer gerenommeerde groepen.

Daar gingen ze naargelang hun kunnen en karakter steeds meer invloed krijgen. Met als prettige vaststelling dat nu Far Akt in het Vilvoordse onrechtstreeks een grote rol speelt.

Uw dienaar

Oberon I van Mechelen

Lijst van de gespeelde toneelstukken:

De trein naar Hades (mei 1972)

Help ik leef

Toenemende bewolking (maart 1973)

De vrouw van mijn dromen

De brievenbus

De gelukkige reis van Trentom naar Camden (Mei 1974)

Adieu Dr Picot (Mei 1974)

Spelen op zolder (1975)

Een eeuw achter (1976)

De verhuizing van mijnheer Peeters

Picnic op het slagveld

Kasteel in Zweden

Groenten uit Balen (1977)

Komaan kameraad

De eerbiedige lichtekooi

De opstandige fietser

Voorlopig vonnis

De deur (1978)

Laura (1978)

De mandarijntjeskamer

Om de lieve vrede (1979)

Doodspreken (1983)

De stoel (1983)

Autostrada (1983)

Vrouwen (1985)

Hier word aan de deur gekocht(1985)

Een heugelijke dag voor de grote wijze meneer Wu (1986)

De Beatles forever (1987)

Een plaatsje onder de zon (1988)

Praten met Pluto (1988)

Samen alleen (1988)

Om dood te vallen (1989)

Deze link brengt u naar het plakboek met foto’s en leesbare krantenartikels



HORROR IN LOMMEL

Horror in Lommel Posted on Sat, December 17, 2016 13:04:37

HORROR IN LOMMEL

Vlaanderen. Een middelgrote provinciestad. Vrijdagavond. Tien november 2006. Zeventien uur. Een rode Renauld Scenic RXE 1.6 16V AUT verlaat de ondergrondse parking aan de Elektriciteitstraat. Achterin een grote grijze reistas Trans Ocean. In de bagageruimte een Pioneer Stereo-cd-casettendeck-reciever XR-A6800 en een notebook Toshiba Satelite A100-534. Aan het stuur een vijftiger. Eén van de 2.500.000 grijze muizen. Eén van zijn armen heeft hij thuis gelaten. Op de passagierszetel een wegbeschrijving gemaakt met Route 66. Bestemming. Dommelhof Neerpelt.

Verspreid over heel Vlaanderen starten een 20 tal creaturen van beider kunnen met dezelfde bestemming, hetzelfde doel. De inhoud van de bagageruimte varieert. Maar één zaak hebben ze gemeen: de bloederigste taferelen beheersen hun denken. Ze hebben slechts één doel, de gruwelijkste scenario’s die hun breinen kunnen bedenken om te zetten in beelden. Slechts één woord beheerst hun denken: horror. Bovenstaande zou het begin kunnen zijn van een nieuwe bestseller van de Vlaamse “meester van de suspens”. Maar laat het ons houden op de aanzet naar een beschrijving van het regieweekend met als thema “Horror”

Sinds begin 2006 verzamelt de groep regiecursisten, onder impuls van “Opendoek-vzw”, om het vak regie onder de knie te krijgen. Elke deelnemer heeft een eigen verhaal en motivatie om deel te nemen. Maar allemaal worden ze gefascineerd door toneel. En allemaal willen ze weten hoe dat werkt. Wat doet een regisseur met wie, waar, wanneer en waarom. Paul Debruyne is de man die alle antwoorden uit zijn mouw schudt. Of beter geformuleerd: hij zet hen aan het denken, bakent een weg af, laat hen zelf de antwoorden vinden en stimuleert om grenzen te verleggen.

Paul en zijn gastdocenten belichtten al verschillende disciplines. Het thema komedie leverde meerdere hilarische scènes op? Tegelijk werd er op een ontspannen manier een fijne groep gesmeed. Via drama en klucht belandde de groep dan bij het meest onwaarschijnlijke dat je op de scène kunt brengen. Horror.

Vorig weekend werd reeds een smalle basis gelegd door een bezoek te brengen aan Akindo, waar kennis gemaakt werd met de ruimte en de onmiddellijke omgeving. Er werd een tekst van Maeterlinck (Belgische Nobelprijswinnaar) naar voor geschoven waarvan de slotmonoloog moest gebruikt worden om ter plekke een horrorproductie te brengen. Er werd ook gevraagd om ruimte en materialen te onderzoeken en te gebruiken.

Na de vakantieperiode krijgen we een partner in crime toegewezen waarmee we samen een concept op papier zetten. E-mail is daarbij een prachtige aanvulling van telefoon en/of de gezamenlijke pint. Langzaam maar zeker kregen ook de docenten zicht op wat er te gebeuren stond en waar nodig werd bijgestuurd. En daar kwamen ze dan. Eén al wat meer beladen dan de andere. Sommige met een camionette vol belichtingsmateriaal, andere met een potlood en bic. “Opendoek” had ook een duit in het zakje gedaan waardoor een gigantische berg licht, boosters, woofers, kabels, verdeelkasten, stekkers, kleurfilters enzovoort de centrale ruimte in beslag nam.

Een laatste verkenning van de gekozen ruimte. Toch nog even het concept in vraag stellen en dan kon begonnen worden met de gruwel waar maanden aan voorbereid was om te zetten in spel. Bedden en kasten werden weggeschoven, kabels slingerden als slangen door het gebouw, muziekinstallaties werden geïnstalleerd. Akindo transformeerde van een vroeg 19de eeuwse rijkeluiswoning in een hypermodern theaterhuis waar de elektriciteit installatie danig op de proef werd gesteld. Niet alleen het huis werd onder handen genomen. Op drie verschillende locaties werd ook de natuur in dienst van de horror gesteld.

Zaterdag werd heel de dag verder voorbereid. De ene groep kwam al snel tot repeteren, de andere moest nog meer sleuren en sjouwen. Kostuums werden op het laatste moment aangehaald. Veel materiaal werd terug aan de kant gezet. Eindelijk kregen de begeleiders de eerste versies te zien van wat er uit de concepten was voortgevloeid. Er werd doorgepraat, bijgestuurd, veranderd. De eerste frustraties doken op en door het docententeam vakkundig geminimaliseerd. Een vrijwillige docent kwam er bij, gewoon voor het plezier, vanwege de fijne groep en omdat hij na vorig weekend gefascineerd was geraakt door wat de groep allemaal bereikte.

Muziek schalde door het gebouw, ijselijke kreten werden vakkundig opgenomen, verandert, aangepast en nog maar eens met de nodige decibel door het gebouw gestuurd. Stilaan kreeg de chaos vorm.

Terwijl dit allemaal gebeurde, praatte Paul met elke cursist apart. Hij nam zijn functioneren als regisseur door, beschouwde zijn plaats in de groep, peilde naar de toekomstige verwachtingen en deed een persoonlijke bevraging naar een mogelijk concept voor volgend jaar.

De avond naderde. Gelegenheidstoeschouwers dienden zich aan. Wat kon werd nog uit de weg geruimd en verdween weer in de centrale ruimte. De toeschouwer ruimtes werden klaar gemaakt. Een laatste zucht. De laatste repetities. Nog enkele aanwijzingen. En dan even bijkomen in de keuken. Even bevragen of de voorstellingen misschien vroeger konden beginnen. Blijkbaar kon dat. Goed zo. En dan! De suspense waar iedereen voor gevreesd had, de ultieme horror voor de groepjes buiten. De alarmkreet die iedereen gevreesd had. Regen!!!! Vliegensvlug komen de regenjassen, paraplu’s, en afdekzeilen voor de apparatuur boven. Klaar of niet. Het horror uur was geslagen.

Wat er te zien was, is moeilijk te beschrijven. Hierna toch een kleine impressie van de zeven fragmenten.

– Een schijnbaar eenvoudig kampvuur waar een zoekgeraakte niet gevonden wordt, maar waar een met bloed besmeurd bijl voor zichzelf spreekt. Angst, frustratie.

– De koning van het bos waar de kreupele zijn Tintagiles achter moet laten. Prachtig uitgelicht. Ontroerend.

– Een spookachtig verdwijnen van Tintagiles tussen de geesten van het bos. Wanhoop, woede, verdriet.

– Een heerser wiens schaduw prachtig word uitgelicht doet zich tegoed aan Tintagiles. Gruwelijk.

– Een vrouw gaat in het kleinste kamertje op zoek naar verloren Tintagiles in zichzelf. Beklijvend.

– De traphal als centraal punt voor de zoektocht naar Tintagile. Ook hier een schitterend beeld dat de actrice dient en ondersteunt. Kippenvel.

– Twee onwezenlijke creaturen willen alleen maar horror zien. Schitterende muziek stapelt hun gevoelens naar een bloederig hoogtepunt.

En zo was het hoogtepunt van het weekend bereikt. Nog een welverdiend laatste pintje, even nakaarten op Dommelhof en enkele uurtjes bedrust. Het ontbijt onverbiddelijk om 8.30. Na enkele uurtjes opruimen ligt Akindo er weer normaal bij. Middag. De vogelnestjes smaakten.

Een laatste bespreking. Wat is er gebeurd? Waar was het moeilijk? Wat hebben we beleefd, ervaren, geleerd?

Een algemene bespreking die iedere deelnemer de komende weken en maanden ook voor zichzelf zal maken, of alleszins moet maken om de lessen naar volgend weekend door te trekken.

Er werden toekomstplannen voor volgend jaar voorgelegd, bevraagd, bekritiseerd. En dan volgde het afscheid, voor sommigen een vaarwel. Maar de meeste zwaaiden “tot ziens!”

Vlaanderen. Een middelgrote provinciestad. Zondagavond . Dertien november 2006. Zeventien uur. Een rode Renauld Scenic RXE 1.6 16V AUT rijdt de ondergrondse parking aan de Elektriciteitstraat binnen. Net op tijd om te genieten van de overwinning van Henin. De horror is voorbij.

Uw dienaar,

Oberon I van Mechelen



WANNEER BEGINT UW VERENIGING EEN EIGEN IC-TV STUDIO?

IC - TV? Posted on Sat, December 17, 2016 13:00:15

WANNEER BEGINT UW VERENIGING EEN EIGEN IC-TV STUDIO?

Ik lees in een online vakblad een artikel over het verleden van IT. Op die manier kom ik op deze titel.

“Je bent gek.” Zegt mijn Twaalfje nummer één. (omdat ze nummer één is denkt ze dat ze net iets meer mag)

Dat was ook mijn eerste idee. Geef ik toe.

Maar als we eens terug in de tijd gaan en 10 jaar geleden in de verte de huidige mogelijkheden hadden zien komen klinkt de vraag al minder gek.

Stel nu eens voor dat we binnen 10 jaar een evolutie in de zelfde orde van grote gaan mee maken. Vind je mij dan nog gek?

Twintig jaar geleden kocht ik voor €6000 een PC met een harde schijf van 20MB. Ja, u leest het goed. “Megabit” was toen een nauwelijks gebruikt woord. Net zoals Terabit nu.

Iedereen die toen Pac-Man speelde op de PC en hem gebruikte als een veredelde schrijfmachine verklaarde mij gek. Maar.

Tien jaar geleden kon je een bijkomende harde schijf kopen die je ongeveer per GB 6 tot 30 euro kostte. (wie spreekt er nog over MB?)

Vandaag staat in de reclamefolder van Aldi een notebook voor nog niet eens €600 met 320 GB hard disk. Iemand die vandaag zichzelf respecteert koopt een laptop voor nog geen €1000 met een of meerdere Terabit op de HD.

Verwondering. Dat woord omschrijft mijn gevoel het beste als ik 10 jaar terug kijk.

Vrijwel niemand had in 1990 gehoord van een draadloos netwerk in huis. Iets kopen via internet deed je niet, en mensen met een website waren tovenaars. Video over internet was nog voor de volgende eeuw.

Maar, YouTube bestaat bij het schrijven van dit artikel (2016) zes jaar en nog maar vier jaar geleden werd een Nederlandse versie geïntroduceerd.

Muziek delen kon via Napster en was door de langzame verbinding eerder een volle nachttaak.

En vandaag! Ons bestaan is nu een versmelting van online en offline, “any time, any place”. Digibeten, een term die 10 jaar geleden nog tot het dagelijkse leven behoorde zijn schaars. Opa en oma skypen met de kleinkinderen. Video kijken we allang niet meer alleen via de televisie, want internet is na de komst van YouTube in nog geen 4 jaar uitgegroeid tot een geschikt medium daarvoor.

Velen mensen zijn ondertussen gewend aan 120 kanalen of meer. Digitale televisie erkent iedereen als de toekomst. Televisie op aanvraag bestaat ook al weer een poosje.

Wat brengen de volgende tien jaar? Wie weet het?

Maar de vraag, wanneer begint uw vereniging een eigen IC-TV studio? Klinkt die nog altijd gek?

Moeten wij de toekomst over ons laten komen. Zo maar aan nemen wat de GCV (Grote Commerciële Vervlakking) ons gaat bieden? Of actief participeren in een en ander. Met andere woorden.

Hebt u al eens aan de toekomst van “ons amateurtoneel” gedacht? Vanzelfsprekend moet amateurtoneel blijven bestaan. Zoals we het nu kennen? Ja natuurlijk. Maar mag het ook evolueren?

Heeft Opendoek al eens gedacht of toneel op aanvraag mogelijk zou zijn? Zij zijn het best geplaatst om een soort kosten baten analyse te (laten) maken.

Is er bij de opleiding van (amateur)regisseurs en acteurs al eens gedacht aan deze mogelijkheid. Want er zal een nieuwe taal moeten ontwikkeld worden.

Wat we enkele jaren terug bij “D&D” zagen is gewoon het bewijs dat het mogelijk is.

Maar, is dat nu echt de enige mogelijke piste om toneel op de buis te krijgen?

De makers willen volgens hun beweringen de eindeloze series aan de kaak stellen. Ik noem dat met een stormram een open deur rammen ten koste van…

Als dat inderdaad de bedoeling is dan kunnen ze dat in één, twee of drie afleveringen net zo goed. Bovendien. Als dat inderdaad het geval is kunnen ze net zo goed professionele acteurs een Euro laten verdienen in plaats van hen achter de kassa te zetten en frisco’s te laten verkopen voor een paar centen. Zo lang TV en film bestaan bewijzen professionele toneelacteurs dat zij op een wit doek ook gezien mogen worden.

Daarom. Wanneer gaat u als bestuurder uw spelers de kans geven om voor een camera te staan. Ze smeken er om. Zie de stormloop op de “castingbureaus” die een vette kluif verdienen aan de kansen en opleiding die de spelers van uw vereniging van u hebben gekregen. Waar u of zij zelf voor betaald hebben. Een opleiding die gesubsidieerd word door de overheid. Waar castingbureaus privé aan verdienen.

Nog eerder dienen er (amateur)mensen een technische opleiding te krijgen die hen met één en ander vertrouwd moet maken. Vijf jaar geleden vroeg ik als regisseur aan een techneut om twee liedjes in elkaar te laten overvloeien en direct daarna het geluid van een treinstation te laten horen. Er werd met deuren geslagen en ik moest heilige eden zweren dat ik zo iets onmogelijk nooit meer zou vragen.

Nu steek ik mijn middenvinger op en doe het op een paar uurtjes zelf. Desnoods zet ik er algauw nog een huilend baby tussen of het vertwijfelende snikken van een techneut.

Tot nog toe was ik de eerste om te roepen dat TV, toneel, film en elke kunstvorm op zich een eigen taal hanteren. Dat is ook zo. Maar moet dat zo blijven?

Het is net omdat ik het zo hard roep dat ik mijzelf heb gehoord.

Tweeduizend jaar geleden werd in bvb., Lysistrata een “koor” gebruikt. Dat koor wordt nu door één acteur gespeeld word. Dat moest toen zo. Wij doen het nu anders en de boodschap komt even goed over.

Alleen moeten de microfoons juist afgesteld staan of we horen Hamlet alleen maar mompelen en zien enkel prachtige vierkleurendruk beelden.

Het is goed en prijzenswaardig dat Opendoek.vzw goede bestaande initiatieven ondersteunt en er spijtig genoeg zijn vlag moet op planten omdat ze anders verdwijnen.

Maar Opendoek.vzw heeft toch meer troeven! Geef aub het voorbeeld ga onder “de kerktoren” onderuit. Geef ons, uw 27.000 leden, een venster op de wereld, en een perspectief naar de toekomst.

Mooie foto’s in een vierkleurendruk magazine dat bijna hetzelfde aan “inhoud” bied als twintig jaar geleden is geen stap vooruit. Een juryverslag kopiëren zonder enige duiding is alleen goed voor de statistieken. Op die manier betekent Opendoek.vzw niet meer of beter dan de “oubollige” verbonden waar ze uit voort komen. Maar, wat baten kaars en bril als de uil niet zien wil. Zo is het goed en we kunnen allemaal eens goed om lachen, zo lang er koffie is en Nonkel Gaston…

Vanzelfsprekend verwacht ik niet dat de soep zo heet gegeten wordt als ik ze nu op dien. Laat mijn provocatie hier een beetje koelen. Denk om te beginnen zelf eens na hoe de toekomst van amateurtoneel verzekerd kan worden. Dat kan gerust met Gaston, Geroom en Bezamien. Maar die teksten inhoudelijk behouden en er een hedendaagse toegevoegde waarde aan geven. Dat moet toch mogelijk zijn.

Ik nodig alle lezers graag uit om mee te denken over de mogelijkheden van IC-TV en de mogelijke evolutie die heel het gebeuren kan bieden aan onze “Aloude Rederijkerskamers”, onze Koninklijke toneelkringen, toneelstudio’s…

Uw dienaar

Oberon I van Mechelen.



Next »